Description: De meeste mensen zijn zich hun hele leven niet bewust van hun ware
identiteit. Zij denken dat zij het lichaam zijn en het gevolg van
deze identificatie met het lichaam is angst en onzekerheid, verdriet
en pijn, nederlaag en tegenspoed, verval en dood. Daarom moet de
mens zich bewust worden van zijn ware aard. Hij is niet op aarde
gekomen om als de dieren te eten, te slapen, wat rond te lopen en
plezier te maken en dan te sterven. Velen worden in de war gebracht
door de zijpaden van zintuiglijk plezier. Zij voelen verlangen en
richten dat op de wereld, want die lijkt begeerlijk. De wereld kan
echter slechts kortstondige vreugde geven. Zodra een verlangen
vervuld is, ontstaat er een nieuw verlangen. Op vreugde volgt
verdriet. Bezit brengt de vrees mee voor verlies ervan. De wereld
zoals die door de zintuigen wordt waargenomen, bestaat namelijk uit
tegenstellingen vreugde en verdriet, gezondheid en ziekte, goed en
kwaad, leven en dood, ik en de anderen. Gehechtheid aan het
veranderlijke en tijdelijke leidt ertoe, dat iedere daad zal worden
verricht uit eigenbelang. Er lijkt immers een verschil te bestaan
tussen ik en jij. Zolang er twee zijn, kunnen wij zeggen, dat maya
(illusie) werkzaam is, want God en schepping zijn in wezen
één.
Moe van de tijdelijke vreugde en vrede die de wereld hem
biedt, zal de mens tenslotte proberen het geheim te vinden van
blijvende vreugde en blijvende vrede. En zo zal hij dan op zoek gaan
naar het werkelijke doel van het leven.
De ziel is aanvankelijk
ongebonden, maar later wordt zij begrensd en beperkt. Egoverlangens
zijn er de oorzaak van, dat er een steeds grotere verwijdering
ontstaat tussen de individuele ziel en de bron waaruit zij
voortkomt, God. Pas wanneer de mens zich bewust is geworden van zijn
ware aard, zal hij er weloverwogen naar gaan streven opnieuw die
onmetelijkheid en onbegrensheid te verwerven. Het doel van je leven,
je diepste verlangen, de drijfveer bij alles wat je doet, is niet
agressie, dominantie of seksualiteit, maar terug te keren tot de
bron waaruit je bent voortgekomen. In het Sanskriet wordt dit moksha
genoemd; in het Nederlands spreken wij over bevrijding of
zelfverwerkelijking. Moksha is er echter niet vanzelf als je sterft.
Pas wanneer je erin geslaagd bent tijdens je leven je ego volkomen
los te laten, kun je het bereiken. Ben je daar niet in geslaagd, ben
je ook na de dood van je lichaam nog altijd door verlangens gebonden
aan de wereld, dan zul je opnieuw een lichaam moeten aannemen om die
verlangens te bevredigen. Dit betekent dus, dat je dan opnieuw moet
worden geboren.
De mens is op aarde gekomen om het karma uit
vorige levens uit te werken. Karma is een Sanskrietwoord, dat zowel
iedere verrichting in gedachte, woord of daad betekent, als de
gevolgen van alle activiteiten die in het verleden verricht zijn. De
wet van karma is de wet van oorzaak en gevolg. God heeft bepaald,
dat iedere handeling zijn gevolgen zal hebben. Alle activiteiten
verricht uit verlangen naar de beloning binden de mens door de
gevolgen ervan. Dankzij zijn onderscheidingsvermogen weet de mens
wat goede en wat slechte handelingen zijn. En vervolgens kan hij
dankzij zijn vrije wil kiezen voor één van beide. Echter niet
alleen slechte daden binden de mens, maar ook goede, wanneer deze
worden verricht uit verlangen naar het resultaat, zoals bijvoorbeeld
bezit, macht of roem. Alleen goede daden waarvan de resultaten zijn
opgedragen aan God, zullen geen nieuw karma doen ontstaan.
Het
lijden dat ons overkomt is dus een gevolg van verkeerde handelingen
in het verleden. Het is geen straf van God, maar een gevolg van onze
eigen gedachten, woorden en daden. Wij kunnen God dus niets
verwijten. Overigens is het zo, dat juist lijden de mens ertoe
brengt zich naar binnen te keren en op zoek te gaan naar de zin van
het leven. Lichamelijk lijden, onvervulde aardse verlangens, zorgen
en problemen vormen dus ook de middelen waarmee God de mens naar
zich toe trekt. Zo geeft de wet van