Description: 1. Hoe ontstaat een depressie?
Het blijkt dat de neiging tot
depressief reageren vaak is ontstaan door het klimaat waarin men is
opgegroeid. Er blijkt telkenmale sprake te zijn van een niet
onderkennen of sterker nog, afwijzing van de gevoelens en wensen van
een kind door zijn opvoeders. Dit kan heel subtiel gaan. Een kind
kan bijv. vragen om een koekje en als antwoord van moeder krijgen
Hoe kun je nu een koekje willen, we gaan zo eten. Op het eerste
gezicht lijkt de gedachtegang van moeder logisch als ik mijn kind
nu een koekje geef, heeft het straks geen honger meer. Maar bekijken
we de zin nauwkeuriger, dan geeft moeder te kennen dat het zin in
een koekje hebben een rare wens is, eigenlijk een wens die op dat
moment helemaal niet kan en mag bestaan. (Een beter antwoord zou
zijn geweest ik kan me voorstellen dat je trek hebt, we gaan zo
eten.)
Behalve behoeftes kunnen ook gevoelens ontkend worden.
Stel dat Jantje tegen pappa zegt als die hem naar bed heeft
gebracht Mag het licht aanblijven, ik ben bang in het donker en
pappa reageert met maar je hoeft toch helemaal niet bang te zijn,
er is niets om bang voor te zijn wat gebeurt er dan? Pappa probeert
vanuit de beste bedoelingen Jantje gerust te stellen, maar
ondertussen seint hij ook uit dat het gevoel van bang zijn onzin is.
Als vader het gevoel van Jantje serieus had genomen en bijv. had
gevraagd waar ben je dan bang voor?, had Jantjes gevoel mogen
bestaan en had hij misschien een antwoord kunnen geven trant in de
van Er zit zon eng beest in de kamer. Bij doorvragen naar wat voor
beest, wordt misschien duidelijk dat het een beeld is uit een droom
die Jantje de afgelopen nacht heeft gehad, en dat nu weer boven
komt, nu hij opnieuw moet gaan slapen.
Duidelijker ziet men de
afwijzing doorgaans nog op het terrein van het gedrag en het denken.
We horen dan zinnetjes als Waarom ga je niet met Pietje spelen (op
verwijtende toon); Ben je nú al klaar met je huiswerk?; Ik kan jou
ook nooit om een boodschap sturen; Doe toch niet altijd zo verlegen;
Hoe kóm je op het idee; Nee, dat zie je verkeerd.
Deze en
soortgelijke opmerkingen keuren niet alleen het gedrag en het denken
van het kind af, ze zijn een uiting van een klimaat van controle en
bedreiging. Het kind wordt scherp in de gaten gehouden en kan elk
moment kritiek verwachten. Niet het niet voldoen aan bepaalde
normen, of eisen van de ouders vormen hier de bron van kritiek, maar
de kritische instelling van de ouders. Daarom kun je sommige
depressieve mensen horen vertellen dat ze helemaal geen strenge
ouders hadden, tolerant zijn opgevoed.
In feite hadden ze geen
duidelijke richtlijnen over wanneer ze iets goed of fout deden. Het
ontbreken van normen geeft dan het gevoel van tolerantie terwijl er
tegelijk wel een klimaat van bezorgdheid en kritiek bestond.
Men bedenke dat de ouders waar we hier over spreken vaak in het
geheel geen slechte bedoelingen hebben, maar in tegendeel erg
betrokken kunnen zijn bij hun kinderen, en zelf vaak bang zijn dat
ze het naar hun kinderen toe fout doen. Hier speelt een
psychologische wet die vrij vaak opgaat datgene wat je is
aangedaan, doe je vervolgens jezelf en anderen weer aan. Ben je zelf
met kritiek opgevoed, dat heb je hoogstwaarschijnlijk snel kritiek
op je zelf, en op andere mensen.
Hoe werkt dit opvoedingsklimaat
nu uit op het kind? Het kind dat in zon sfeer opgroeit, wordt bang
voor de kritiek op zijn gedachtes, zijn wensen, zijn gedrag en zijn
gevoelens. Om dat te vermijden zal hij zoveel mogelijk zijn eigen
wensen en gevoelens wegstoppen (ook voor zichzelf) en zo weinig
mogelijk van zichzelf laten zien.
Daarenboven zal hij in een
poging toch de waardering van zijn ouders te verkrijgen, zijn ouders
gelijk geven. Je kunt het bij jonge kinderen constateren in de vorm
van Jantje stout, hè pappa? Als Jantje pech heeft zal de kritische
houding van zijn vader hem dwingen om het ook nu